Blog

Doe maar een traininkje

Het ontwerpen en ontwikkelen van trainingen wordt nogal eens onderschat, zowel door opdrachtgevers alsook door degene die het ontwerpen en ontwikkelen tot hun vak hebben gemaakt.

Doe maar een traininkje
Ongetwijfeld ken je de reclame van Royal Club ‘Doe maar een frisje’. Vervang het woord ‘frisje’ door ‘traininkje’, et voilà je hebt een issuetje te pakken. Niet zelden overkomt het mij dat deze wens wordt uitgesproken door opdrachtgevers. De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat ik in mijn beginjaren als trainer nogal eens in de houding ben gesprongen en een ‘u vraagt, ik draai-training’ heb ontworpen en ontwikkeld.   

Ik denk dat de meeste trainingen die ik heb ontworpen, ontwikkeld en gegeven gekenmerkt worden door een hoge mate van tevredenheid bij deelnemers en opdracht-gevers. Ik ben als trainer enthousiast, dynamisch, flexibel, empathisch en beschik over een gezonde dosis humor. 

Hoewel, over dat laatste verschillen de meningen nogal eens. Of deelnemers na het volgen van mijn trainingen ook daadwerkelijk hun nieuwe kennis en vaardigheden als nuttig en toepasbaar hebben ervaren durf ik, met de kennis van nu, in een aantal gevallen te betwijfelen.

Noodzaak
Tijdens mijn recentelijk afgeronde studie Opleidingskunde ben ik nogmaals bevestigd in mijn visie, dat ‘u vraagt, ik draai’ niet bepaald tot het beste, meest gewenste resultaat leidt. Integendeel zelfs. Gaandeweg de jaren ben ik ervan overtuigd geraakt, dat heel wat traininkjes niet de oplossing waren. Simpelweg omdat de (opleidings)noodzaak ontbrak óf er wel was, maar op een ander vlak lag dan waarvoor ik, in eerste instantie werd gevraagd. Het spreekwoord ‘Al doende leert men’ is in deze context op mij van toepassing. Geïnspireerd door de Negen vragen van Kessels ben ik gestopt met ontwerpen en ontwikkelen van traininkjes zonder duidelijke noodzaak.

Analyse

Eén van de eerste vragen die ik steevast aan mijn opdrachtgevers stel is ‘Waar lopen jullie tegenaan?’. Vaak gevolgd door de vraag ‘Wat nu, als jullie (ik) helemaal niets doen? 

Het vaststellen van de opleidingsnoodzaak door middel van een uitgebreide analyse in plaats van ‘u vraagt, ik draai’ draagt eraan bij dat ik in staat ben een leerinterventie te ontwerpen en ontwikkelen die aansluit bij de opleidingsnoodzaak.

Noodzaak en behoefte
In eerste instantie zijn het opdrachtgevers met wie ik aan tafel zit om te praten over de opleidingsnoodzaak. Ieder verhaal heeft meerdere kanten. Zo is het ook met een opleidingsnoodzaak. Beleven de mensen voor wie de leerinterventie is bedoeld dezelfde noodzaak of …? Het is mijn ervaring dat de opleidingsnoodzaak (opdrachtgever) en opleidingsbehoefte (doelgroep) niet altijd parallel lopen. Ik zie het als mijn toegevoegde waarde deze verschillen bespreekbaar te maken.
Tijdens het ontwerpen en ontwikkelen van een training werk ik daarom ook graag samen met opdrachtgevers én mensen uit de doelgroep. Zo ben ik er zeker van dat de leerinterventies bijdragen aan het gewenste resultaat.

Eindresultaat
In gesprek met een opdrachtgever stel ik ook steevast de vraag ‘Wanneer ben je tevreden?’. Wellicht een open deur voor jou, maar niet zelden hoor ik bij het beantwoorden van die vraag aspecten die ik
nog niet eerder had gehoord. Een alternatieve vraag luidt ‘Hoe ziet de ideale situatie na afronden van het leertraject eruit? Wat zie je dan? Ik krijg op die manier een duidelijk beeld van het beoogde (gewenste) eindresultaat.

Continu verbeteren
We leven in een dynamische maatschappij. Wat vandaag de standaard is, is morgen ‘zo 2020’ en achterhaald. Een training heeft na implementatie een beperkte houdbaarheidsdatum. Het is daarom zinvol opdrachtgevers hierop te wijzen. Continu verbeteren komt de effectiviteit van de training ten goede. Ik pleit er dan ook voor om periodiek (jaarlijks) een revisiegesprek te organiseren met opdrachtgevers. Wat zijn de zichtbare resultaten van de training? Is er daadwerkelijk een (gedrag)verandering opgetreden? Zijn klanten meer tevreden? Is de omzet gestegen? In hoeverre is de situatie die heeft geleid tot de implementatie van een training veranderd én vraagt die verandering om een aanpassing/ verbetering van de training?

Online en hybride
Ik hoef jou inmiddels er niet meer van te overtuigen dat online en hybride trainingen anders zijn dan fysieke varianten. Jij en ik hebben ondervonden dat één op één fysieke programma’s omzetten naar online en hybride vormen niet werkt.

En ongetwijfeld heb je ook gemerkt dat de groepsdynamiek online anders is. Het is bijvoorbeeld lastiger iedereen bij de les te houden. Waarschijnlijk heb je inmiddels al de nodige ervaring opgedaan hoe hiermee om te gaan.

Niet? Lees dan nog even verder, want er is hoop 😊. 

Overwegingen
Hoe heb jij jouw fysieke trainingen omgebouwd naar online en hybride varianten? Welke overwegingen hebben een rol gespeeld om trainingen wel of niet om te bouwen? Hoe oud waren die fysieke trainingen? Hoe vaak heeft iemand er in de afgelopen jaren naar gekeken? In hoeverre
is er nog steeds sprake van een leernoodzaak? Wat is er in de loop van de tijd gewijzigd dat mogelijk van invloed is op de leernoodzaak? Wat is er in de loop van de tijd gewijzigd in het leer-, opleidings- en onderwijslandschap, dat mogelijk van invloed is op de huidige samenstelling van de training?

Training nieuwe stijl!
In de training ‘Training nieuwe stijl! Online en Hybride’ besteed ik aandacht aan deze vragen en deel ik mijn ervaring met fysiek, online en hybride trainen. Aan de hand van een door jouw ingebrachte praktijkcasus doorlopen wij alle stappen die je helpen een training te ontwerpen en ontwikkelen die aansluit bij de leernoodzaak van de opdrachtgevers en leerbehoefte van je deelnemers. Jij en ik besteden ook aandacht aan de dynamiek van online en hybride trainen en aan de hieraan verbonden do’s en don’ts.

Ben je nieuwsgierig en enthousiast geworden? Schrijf je dan in voor de training die op 15 september start. Ik kijk ernaar uit!

Categorieën